Doelenboom Onderhoud Gras
Advies aan: Gemeente Haarlem
Contactpersoon: Piet Veel veelpiet@hotmail.com
Reactie op hoofdlijnen
Het Platform Groen is verheugd kennis te nemen van deze Doelenboom. Aan de hand hiervan kan een goede discussie worden gevoerd over de systematiek van het onderhoud van de diverse soorten graslanden.
Wij toetsten deze doelenboom aan de PDCA-cyclus, waarbij de doelstellingen en prestatieindicatoren zo SMART mogelijk moeten zijn beschreven.
Als we kijken naar de doelenboom dan herkennen we onder de kop “Leefbaarheid waarborgen” het beheer van z.g. functioneel gras en onder het kopje “Biodiversiteit verbeteren” dat van ecologisch gras, met de daarbij behorende doelstellingen A t/m D. In deze systematiek kunnen we ons goed
vinden. De uitvoering van de doelstellingen E en F onder het kopje “Ecologische hotspots verbinden” valt binnen deze doelenboom voor zover het om verschuiving van beheer van functioneel gras naar ecologisch beheer gaat, anders gaat het niet om onderhoud, maar om aanleg en valt daarmee buiten
de opdracht aan Spaarnelanden.
Opmerkingen bij de KPI’s
Contrary to popular belief, Lorem Ipsum is not simply random text.
Wij adviseren de verschillende KPI’s op de volgende punten te verduidelijken en zo SMART mogelijk te formuleren:
- KPI 1 is niet meetbaar beschreven; “gras netjes houden” is multi-interpretabel, evenals “recreatiegras bespeelbaar houden”. We adviseren hiervoor de CROW-systematiek te gebruiken, bijv. CROW-B.
- Vwb KPI 2 zouden wij bij de onderhoudsmaatregel “Ongewenste soorten bestrijden” graag een lijst met te bestrijden soorten zien. Wij adviseren prioritaire soorten te benoemen met een gekwantificeerde aanpak.
- KPI 3 behelst de verlenging van de bloeiboog (definitie volgt nog lezen we). Gefaseerd maaien kan mogelijk nader worden beschreven. Bij “om (nog) bloeiende soorten heen maaien” moet o.i. ipv 10 – 30% niet maaien vlindergras/natuurlijk grasbeheer sprake zijn van 30%. En andere wijzen van maaien, bijv. sinusmaaien.
- Bij KPI 4: Het gebruik van de Nectarindex juichen we toe. Het is een voor onderzoekers redelijk laagdrempelige en robuuste systematiek. Of het op alle locaties jaarlijks moet worden toegepast is de vraag; op een aantal kritische hotspots liefst wel, maar verder wellicht beter als een rondreizend en periodiek terugkerend circus. We missen hier in de monitoring de Bijennulmeting (2020) en de vervolgens iedere twee jaar geplande inventarisatie van de wilde bijenfauna. Verder zijn we heel positief over het jaarlijks opfrissen van kennis van de maaiers door de stadsecoloog en opleiding van de maaiers met flora 1 en Kleurkeur. Het is uitermate belangrijk dat de uitvoerders van het beheer kennis hebben van en gevoel hebben voor ecologisch beheer.
- Bij KPI 5 willen we opmerken dat het inzaaien met lang gras moet geschieden zonder grondbewerking (anders dan noodzakelijk voor uitvoering civiel werk) en zonder inbreng van zwarte grond. De uitgenomen grond moet met zo weinig mogelijk maatregelen teruggeplaatst worden in het juiste profiel.
- In KPI 6 wordt terecht geschreven over maatwerk t.p.v. uitzonderlijke graslandtypen. Het is heel belangrijk dat graslanden, zoals bijv. de natte oevers van de Meerwijkplas, bestendig, handmatig en integraal beheerd (blijven) worden.
Overige opmerkingen en adviezen
Cruciaal is dat de onderliggende data op orde zijn, we vertrouwen erop dat de maaikaart afgelopen zomer is geactualiseerd en er sprake is van een eenduidige legenda, dezelfde dus in open data en in Geovisia. Ook voor de data die onderdeel maken van een vergelijkende meetaktiviteit, bijv. oppervlakten ecologisch beheerd gras, moet een goede nulmeting voorhanden zijn.
De beschreven maatregelen zijn volgens ons niet compleet, wij noemen bijv. het aangepast maaien rondom bomen en struiken, het vrij maaien van kunstwerken, het maaien van graskaden langs oevers en het beheer van wadi’s.
Vwb plan B: als indien het door weersomstandigheden onmogelijk lijkt om het maaisel van ecologisch beheerd gras binnen een week te verwijderen dient het maaien te worden uitgesteld. Uitgangspunt moet zijn een ruimingsgraad van minimaal 90% aan verwijderde biomassa binnen 7 dagen. De soortendiversiteit en bodem/ Ao gaat sterk achteruit als het ruimen maar halfslachtig gebeurt of achterwege blijft. Dit is een essentiële stap voor minimaal het op peil houden van soorten samenstelling. Constatering hiervan in het veld moet leiden tot adequate communicatie met de uitvoerder.
Ten aanzien van KPI 3 t/m KPI 6 zijn we van mening dat bij deze graslanden niet of alléén als het niet anders kan nog wordt gewerkt met de klepelmaaier. Platform Groen wil op de hoogte blijven van het traject van uitfasering klepelmaaien.
Bij goede toepassing van de PDCA-systematiek zal sprake zijn van zich verbeterend proces, doordat de gerapporteerde resultaten leiden tot een lerend inzicht en een bijstelling van maatregelen. Het Platform Groen levert daaraan graag een bijdrage. Als bijlage hebben wij een aantal geraadpleegde bronnen vermeld met in het kort een weergave van de voor maaibeheer relevante informatie.
Bijlage
Geraadpleegde bronnen in relatie tot aanpassing maaibeheer zijn:
Omvorming maaibeheer (2020)
Er is behoefte aan onderhoud en beheer op meer ecologische grondslag. Uit een analyse van het huidige maaibeheer en een verkenning naar mogelijkheden van versterking van de natuurwaarde, is gekozen voor omvorming van het gazonareaal. De eerder
ingezette experimenten met een latere maaidatum van gazons wordt voortgezet; daarnaast worden delen van gazons omgevormd naar kruidenrijk lang gras. Het is belangrijk aandacht te besteden aan draagvlak, omdat het beeld- en gebruiksaspect van de gemeentelijke gazons aan de orde is.
Actualisatie Ecologisch Beleidsplan 2013-2030 (2019 – 23)
Versterking van de communicatie over het ecologisch beleid. Door Spaarnelanden is een vernieuwde website op het gebied van ecologie opgezet (www.natuurinjestad.nl), waarop aandacht wordt besteed aan acties die door Spaarnelanden worden uitgevoerd en waar bovendien tips voor bewoners op staan om zelf aan de slag te gaan voor de biodiversiteit. Aanpak bestrijding ongewenste exoten.
Groenbeleidsplan (2022)
Ambitie voor 2023: Plan van Aanpak voor versterking van het recreatief en ecologisch netwerk. Hierbij wordt ook ingegaan op beheer.
Spoor 2 A data gestuurd werken. We werken aan het continu verbeteren van data gestuurde beleidsvorming en regelmatige monitoring. We zetten instrumenten in om de baten van groen voor Haarlem beter inzichtelijk te kunnen maken. De waterkwaliteit, oevers en de stand van wilde bijen
monitoren we regelmatig en hiervan worden de resultaten op gezette tijden kenbaar gemaakt. Deze parameters geven inzicht in de status van de biodiversiteit in de gemeente Haarlem.
Spoor 2C: Uitbreiden ecologisch beheer. Wij richten ons op ecologisch beheer op basis van soortbeschermingsplannen of specifieke gebiedskwaliteiten, met speciale aandacht voor het ecologische maaibeheer, dat we voortzetten en eventueel uitbreiden.
Ambitie voor 2023: de ‘Gedragscode soortenbescherming gemeenten’ is onderdeel van de nieuwe Dagelijks Beheer Contracten met Spaarnelanden.
Ambitie voor 2025: We werken data gestuurd aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ door het versterken van ecosysteemdiensten. Jaarlijks wordt er veel geld uitgegeven aan beheer- en onderhoudskosten. Deze worden in de komende periode verhoogd om bij te dragen aan de integrale gemeentelijke opgaven door opgavegericht te gaan werken.
Uitvoering Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte (2024).
Hierin wordt een strategisch kadervastgelegd voor ‘opgavegericht’ beheren van de openbare ruimte. Het is nodig dat we vanuit onderhoud en beheer veel meer actief gaan bijdragen aan de grote Haarlemse opgaven. De zes stedelijke ambities die worden onderscheiden staan in de Omgevingsvisie 2045.
Bijen op 34 locaties in Haarlem; nulmeting en advies (EIS, 2020). Er zijn in de 34 bezochte gebieden samen 77 soorten bijen gevonden. Het gemiddelde aantal waargenomen soorten per bemonsteringslocatie is 14. Er werden zes Rode-Lijstsoorten aangetroffen. Advies om de twee jaar herhaling van het onderzoek. Per bemonsteringslocatie worden ook beknopt suggesties voor beheer gegeven. In de aanbevelingen van dit rapport zijn algemene suggesties voor beheer verder uitgewerkt.
